Dag 1 Nagasaki – Kumamoto

Het regent licht wanneer we ‘s ochtends vanuit Nagasaki vertrekken met de Express trein naar Shin-Tosu, hier moeten we overstappen op de snelle kogeltrein de shin-kansen om naar Kumamoto – (700.000 inw) te gaan. We logeren hier twee dagen. Het is inmiddels (bijna) droog en we lopen naar het hotel dat twee minuten van het station afligt. Na incheck en koffers afleveren ( officiële incheck is in Japan meestal pas na twee uur) nemen we, net als in Nagasaki, de tram naar de verschillende bezienswaardigheden. Openbaar vervoer is trouwens niet duur in Japan, een enkele rit  per tram  kost ongeveer 1 euro. Je stapt aan de achterkant van de tram in en bij uitgaan betaal je gepast. Wisselen doe je voor-of achterin de tram. We bezoeken eerst het Suizenji -park. Deze traditionele tuinen werden in 1636 aangelegd door de derde Lord van Hosokawa als theetuin waar later een tempel werd  bijgebouwd. Een echte Japanse tuin vol van eenvoud, schoonheid en bloeiende kersenbloesem in de kleuren rose en wit. De tuin doet Yvon aan Hobbit-land (N-Z) denken met alle heuvels maar het land is natuurlijk vulkanisch. We nemen daarna  de tram om naar het Kumamoto kasteel te gaan. Gelegen naast de rivier de Tsuboi op een gigantisch terrein, omgeven door meerdere gebouwen en omringd door een hoge muur  met een brede slotgracht ligt het indrukwekkende hoofd kasteel. Dit moet een (bijna) onneembare vesting geweest zijn lijkt ons. Vrijwilligers in klederdracht geven uitleg en / of gaan graag op de foto. Na het kasteel bekeken te hebben nemen we de tram terug naar het hotel. 

Dag 2 Kumamoto – Mount Aso – Kumamoto

We maken een (dag) uitstapje naar de krater Mount Aso, de grootste vulkanische krater ter wereld. Het weer wordt steeds aangenamer, nu al bijna 19 graden en zonnig. Van station Kumamoto nemen we de trein naar Aso ( +/- 1 uur)  ( tijdens de treinrit komt de conductrice langs met een kaart van de (diesel)trein waar we inzitten, de Trans-Kyushu Limited Express en een stempel, degene die wil kan als aandenken een stempel op de kaart zetten en mee naar huis nemen). Vanaf station Aso rijdt een bus naar Mt. Aso ( +/- 30 min.) Voor het laatste stukje naar boven is er een kabelbaan.  Het is een ruig kaal gebied en je waant je hier op een echt maanlandschap. Grote rookpluimen komen je tegemoet en je kunt de zwavel duidelijk ruiken.  Boven bij de krater komen we allerlei souvenirs winkeltjes tegen waar je zwavelzeepjes kunt kopen. In de middag gaan we eerder terug dan de tijd op onze treinkaartjes staan (de besproken plaatsen laten we vervallen) . We retourneren de kaarten en maken gebruik van het rijtuig met de niet gereserveerde plaatsen. Al eerder sprak ik van de omgangsvormen. De conducteur(trice) bv. gaat voorin het rijtuig staan buigt diep ( 70gr?) en vertelt iets in het Japans ( waarschijnlijk zijn/haar naam en dat hij/zij de kaartjes komt controleren ) om daarna opnieuw een buiging te maken. Bij het controleren van de kaartjes, buigt men opnieuw nu alleen met het hoofd. Bij het binnenkomen of verlaten van het rijtuig gaat men in de richting van de mensen staan en wordt er opnieuw gebogen. Het buigen gebeurd overal, bij inchecken in het hotel, in een restaurant wanneer je binnenkomt of weggaat vaak behoorlijk diep ( 90 gr.?) Ook jonge kinderen doen dit al. Zelf zijn we zijn de kunst van het buigen niet eigen, maar het spreekt ons wel aan, zo vriendelijk!!   

Dag 3 Kumamoto – Miyajima

Vanuit Kumamoto nemen we de supersnelle Shinkansen- de kogeltrein- naar Hiroshima( +/- 400 km). Tijd: 1 uur 45 min,  dan de lokale trein ( 30 min.)  en de ferry (10 min.) Het kleine eiland Miyajima in de Japanse zee  maakt deel uit van Hatsukaichi, een stad in de prefectuur( vergelijkbaar met onze provincie) Hiroshima. Het eiland is vooral bekend om het shintoschrijn dat erop ligt. Een schrijn is een heiligdom, voor de gebouwen van het heiligdom gebruikt men de term jinja. In tegenstelling tot een kerk heeft een jinja geen kapel maar wordt slechts gebruikt voor  het vereren van de kami (god).  Voor het schrijn staat een  torii. De torii vormt de toegangspoort tot een schrijn. De torii van Itsukushima staat in het water omdat de mensen vroeger het schrijn steeds bezochten via de zee.  De torii in Miyajima is 16.8 m hoog en weegt ongeveer 60 ton en het staat sinds 1996 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO . De Japanners zien het eiland als een van de drie mooiste plekjes in Japan. Door dit alles is het erg druk op het eiland. Behalve het schrijn,  bezoeken we ook een van de meest prestigieuze Shinto-Tempels in Japan uit de 12e eeuw de Daisho-in. Hier liggen veel graven van de Moji-clan, de feodale landeigenaren die tijdens de Edo periode ( 1603-1868)dit gebied beheersten. We logeren in een  Ryokan (Japans hotel). De zitkamer is uitgerust met tatami-matten en stoelen zonder poten, maar het bed is westers! Wel slofjes aan in de zitkamer en andere slofjes aan in het toilet. Een specialiteit van het eiland is,  behalve oesters die op alle mogelijke manieren worden klaar gemaakt o.a. op de BBQ of gegrild als spies ), een soort zachte koekjes in de vorm van een esdoornblad, traditioneel gevuld met bijvoorbeeld zoete bonenpasta. 

Tot nu toe hebben we steeds in “westerse hotels” geslapen maar in dit Japanse hotel is het de gewoonte  om in het hotel de Yukata te dragen, de katoenen ” kimono”  die op de kamer ligt. Wat we natuurlijk doen. Het eten in Japan is erg smakelijk, puur en  beetgaar, vaak heb ik geen idee heb wat ik precies aan het eten ben. Bij het diner krijgen we meestal: verse ( rauwe) vis, soep rijst, vlees of vis ( gebakken/gegrild), sausjes w.o. soja, knoflook, gember, wasabi om maar wat te noemen. Bij de maaltijd zit standaard water en thee( groen en Japanse). De maaltijd bestaat uit vele kleine gerechten en het ene gerecht komt ook bijna onmiddellijk na het andere gerecht, de volgorde maakt niet uit dat moet je zelf weten. Het eten is een beetje op zijn Italiaans in die zin dat het na bestellen snel opgediend wordt en na het eten staat men op en gaat men weg. Na tafelen is er niet bij.       

Het gedeelte waar we nu zitten in Japan heet Honshu – het  is het grootste eiland van de vier hoofdeilanden en ligt ten noorden van Kyushu. De oppervlakte is ongeveer 230.000 km2  wat meer is dan de helft is van de totale oppervlakte van Japan (6x zo groot als Nederland, ter vergelijk de helft van Frankrijk) ). Honshu is ongeveer 1300 kilometer lang, en de breedte varieert van 50 tot 240 kilometer. de kustlijn is 5450 kilometer lang en het eiland telt ongeveer 98 miljoen inwoners. Honshu ligt ten zuiden van Hokkaido – het meest noordelijk gelegen hoofdeiland-  en is hiermee verbonden door bruggen. Honshu is bergachtig en er komen regelmatig aardbevingen voor. Hoogste punt is de uitgedoofde vulkaan Fuji ( 3776 meter) . In het noorden is Honshu tamelijk koud, maar in het zuiden is het subtropisch. Grote steden zijn Kioto, Tokio, Osaka, Kobe, Hiroshima.   

Dag 4 Miyajima – Hiroshima

Opnieuw een mooie zonnige dag met temperaturen van zo’n 20 graden. Vanaf het hotel lopen we naar de ferry, we zien weer de herten die hier volop rondlopen en ” bedelen” om eten van de vele dagjesmensen. Met de boemel van station Miyajimaguchi naar het station van Hiroshima. We kopen weer een dagkaart voor de tram en gaan naar het hotel. We hebben slechts het dagkoffertje bij ons want de twee grotere koffers hebben we vanuit het hotel in Kumamoto laten opsturen zodat we er zelf niet mee hoefden te sjouwen ( +/- 10 euro p.k.) We geven het kleine koffertje af in het hotel en brengen eerst een bezoek aan het Peace Memorial Park en brengen daarna een bezoek aan het Peace Museum. In het museum foto’s van Hiroshima voor en na de A-bom, in het andere gebouw materialen als getuigen van de verschrikkelijke bom. Hier wordt je echt stil van.

In het zonnetje buiten langs de Motoyasi rivier zijn de mensen aan het picknicken onder de vele kersenbloesem bomen. Later op de middag bezoeken we de Shukkeien Tuin waarmee men in 1620 is begonnen met de aanleg.  

Nog wat meer over de stad Hiroshima – (in het Nederlands “breed eiland”) – 1.2 miljoen inw. De (haven)stad ontstond vanaf 1589 rond een kasteel dat in de plaatselijke rivierdelta was gebouwd. Hiroshima was de eerste stad in de geschiedenis van de mensheid die met een atoombom werd aangevallen. Op 6 augustus 1945 kwart over acht ‘s ochtends werd boven Hiroshima de uraniumbom Little Boy ( die 4400 kg woog) afgeworpen. Harry S. Truman was toen president. De stad werd door de bom geheel verwoest, en 78.000 mensen kwamen in een fractie van een seconde om. Een enorme vuurbal van een 300 meter doorsnee ontwikkelde zich. Onder deze vuurbal liep de temperatuur op tot 4000 gr. C. Vele tienduizenden personen raakten gewond en zwaar verbrand.  Door na-effecten als gevolg van radioactieve straling liep het dodental uiteindelijk op tot ongeveer 140.000 eind 1945. 

Een van de bekendste slachtoffers van de atoombom is Sadako Sasaki, zij was 2 jaar toen de bom viel en kreeg 9 jaar na de explosie leukemie. Een goede vriendin van Sasaki vertelde haar een Japanse legende:  iedereen die1000 papieren origami kraanvogels vouwt  mag een wens doen. Sasaki  bleef 14 maanden in het ziekenhuis en vouwde meer dan 1300 papieren kraanvogels, tot ze op twaalf jarige leeftijd aan de gevolgen van leukemie overleed. In het Vredespark in Hiroshima staat een beeldje van Sasaki waarbij zij een gouden kraanvogel vasthoudt. Zij staat symbool voor de Vrede boodschap. 

Een van de weinige grote gebouwen die zijn blijven staan is het Vredesmonument in Hiroshima. Japan wilde de gevolgen van de bom oorspronkelijk volledig uitwissen.