ikipedia geschiedenis van Taiwan 

Op deze pagina vindt u een selectie van onze ikipedia met daarin informatie en leuke weetjes over de geschiedenis van Taiwan. Scroll er rustig doorheen of kies één van onze onderstaande links om rechtstreeks naar een bepaald onderwerp te gaan.

–> De vroege bewoners: de inheemse stammen                     –> De komst van de VOC en Spaanse kolonisten                 –> Koxinga en de overname door de Qing-dynastie          

–> De Japanse overheersing(1895-1945)                                    –> De Chinese burgeroorlog en de vlucht naar Taiwan      –> Het 228-incident en de decennia van Witte Terreur

–> Het economische wonder en de weg naar democratie      –> De huidige status en de geopolitieke spanningen

 

De geschiedenis van Taiwan

Taiwan heeft een geschiedenis die leest als een razend spannend boek vol onverwachte wendingen. Van inheemse koppensnellers en Hollandse koopmannen tot een meedogenloze Japanse bezetting en de massale vlucht van het Chinese regeringsleger. Al deze groepen lieten hun sporen na en vormden samen de unieke, veerkrachtige identiteit van het eiland.

De vroege bewoners: de inheemse stammen

Lang voordat de Chinezen of Europeanen het eiland ontdekten, woonden er al mensen op Taiwan. Duizenden jaren lang leefden hier inheemse stammen in de uitgestrekte bossen. Ze kwamen niet uit China, maar behoorden tot de Austronesische volkeren. Ze jaagden in de bergen, visten in de oceaan en verbouwden gewassen op kleine schaal.

De bakermat van een enorme cultuur

Wetenschappers zijn het er tegenwoordig over eens dat Taiwan de geboorteplaats is van de Austronesische taalfamilie. Vanuit de Taiwanese oostkust trokken dappere zeevaarders eeuwen geleden met simpele houten kano’s de oceaan op. Ze bevolkten in de eeuwen die volgden een gigantisch gebied. Van Madagaskar vlakbij Afrika tot aan Hawaï, Nieuw-Zeeland en Paaseiland. Kijk je nu naar de talen en gebruiken van de inheemse Taiwanese stammen, dan zie je direct sterke overeenkomsten met de volkeren in Indonesië en de Filipijnen.

Compleet afgesloten van de wereld

Deze stammen leefden heel lang compleet afgesloten van de rest van de wereld. Er was af en toe contact met een verdwaalde visser of handelaar uit China of Japan, maar daar bleef het bij. Het eiland was bergachtig en onherbergzaam voor buitenstaanders. De stammen stonden te boek als felle strijders en koppensnellers. Dat hield pottenkijkers op veilige afstand. Vandaag de dag telt Taiwan nog zestien officieel erkende inheemse stammen. Ze vormen ongeveer tweeënhalf procent van de totale bevolking en doen er alles aan om hun eigen talen en oeroude tradities levend te houden in de moderne maatschappij.

 

De komst van de VOC en Spaanse kolonisten

In de zeventiende eeuw was het gedaan met de rust op het eiland. Europese landen zochten wanhopig naar nieuwe, winstgevende handelsroutes in Azië. Portugese zeelieden voeren langs de ruige kust en noemden het ‘Ilha Formosa’, het prachtige eiland. Toch waren het de Nederlanders die er als eersten besloten te blijven.

Fort Zeelandia en de handel

In 1624 zette de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) voet aan wal in het zuiden van Taiwan. Ze bouwden het imposante Fort Zeelandia, precies op de plek waar nu de stad Tainan ligt. De VOC had een glashelder doel voor ogen. Ze wilden de lucratieve handel in Chinese zijde en porselein in handen krijgen en dit met dikke winst doorverkopen aan Japan en Europa. Om het land rondom het fort te bewerken en te jagen op herten voor de leerhandel, kwamen ze snel handen tekort. De Nederlanders haalden daarom duizenden arbeiders van het Chinese vasteland naar Taiwan. Dit vormt het directe startschot voor de grootschalige Han-Chinese migratie naar het eiland.

Rivaliteit met de Spanjaarden

Tegelijkertijd zaten de Spanjaarden ook niet stil. Zij bouwden forten in het noorden, vlakbij het huidige Taipei en Keelung. De Spanjaarden zagen de Nederlanders als een flinke bedreiging voor hun eigen winstgevende handel op de Filipijnen. De VOC liet het er niet bij zitten en greep in 1642 militair in. Ze verjaagden de Spanjaarden simpelweg met geweld en kregen zo bijna het hele eiland in handen. De Nederlanders lieten in een korte tijd een duidelijke erfenis achter. Ze introduceerden nieuwe producten zoals mango’s en kool, stichtten de eerste scholen op het eiland en ontwierpen een geschreven alfabet voor de inheemse talen.

 

 

Koxinga en de overname door de Qing-dynastie

De Nederlandse hoogtijdagen duurden uiteindelijk maar achtendertig jaar. De ondergang van de VOC op Taiwan begon ver weg, met een gigantische machtsstrijd op het Chinese vasteland.

De aanval van Zheng Chenggong

In China greep de Qing-dynastie de macht ten koste van de regerende Ming-dynastie. Een trouwe Ming-generaal, Zheng Chenggong (in de westerse geschiedenisboeken Koxinga genoemd), weigerde te buigen voor de nieuwe leiders. Hij had dringend een veilige uitvalsbasis nodig om zijn leger opnieuw op te bouwen en zijn oog viel op Taiwan. In 1661 stak hij met honderden schepen en tienduizenden soldaten de zee over. Hij viel direct het Nederlandse Fort Zeelandia aan. De VOC-soldaten hielden de zware belegering negen maanden lang vol. Begin 1662 gaven ze zich noodgedwongen over en vertrokken ze definitief.

Ingezet als Chinese provincie

Koxinga genoot niet lang van zijn kersverse overwinning; hij overleed vlak erna. Zijn familie kon de macht op het eiland niet vasthouden. In 1683 nam de Qing-dynastie Taiwan zonder veel moeite over. Vanaf dat moment hoorde het eiland officieel bij het Chinese keizerrijk. Eerst als een aanhangsel van de provincie Fujian, veel later pas als een volwaardige, zelfstandige provincie. In de twee eeuwen die volgden, zochten honderdduizenden straatarme boeren uit de Chinese kuststreken hun heil op Taiwan. Ze staken de verraderlijke zeestraat over en duwden de inheemse stammen steeds verder de ruige bergen in. Taiwan was in die tijd een wilde, wetteloze plek. Een lokaal spreekwoord uit die periode vatte het straatbeeld perfect samen: “Elke drie jaar een opstand, elke vijf jaar een rebellie.”

 

De Japanse overheersing (1895-1945)

Aan het einde van de negentiende eeuw schudde Azië op zijn grondvesten. Japan moderniseerde in een moordend tempo. Ze wilden, net als de westerse landen, een eigen machtig koloniaal rijk stichten.

Oorlogsbuit na de oorlog

In 1895 versloeg Japan China in de Eerste Chinees-Japanse Oorlog. De Chinese Qing-dynastie was verzwakt en moest Taiwan als oorlogsbuit afstaan bij het Verdrag van Shimonoseki. Een groep lokale Taiwanese leiders accepteerde dit absoluut niet. Ze riepen bliksemsnel de onafhankelijke ‘Republiek Formosa’ uit om de overdracht te blokkeren. Het had geen enkele zin. Het moderne Japanse leger walste keihard over de verouderde tegenstand heen. Taiwan werd officieel de eerste kolonie van het Japanse keizerrijk.

De bouw van een modelkolonie

Japan pakte de zaken direct groots aan. Taiwan moest een succesvolle ‘modelkolonie’ worden. Een uithangbord om de westerse wereld te laten zien wat de Japanners konden. Ze pompten gigantisch veel geld in het eiland. Tropische ziektes pakten ze effectief aan en er verrezen moderne ziekenhuizen. De Japanners legden een compleet spoorwegnetwerk aan van het uiterste noorden tot het zuiden en moderniseerden de landbouw. Grote steden kregen riolering, stromend water en een betrouwbaar elektriciteitsnetwerk. Loop je nu door het centrum van Taipei? Dan zie je nog steeds imposante, stenen regeringsgebouwen uit deze Japanse periode.

De donkere kant van de medaille

Die economische ontwikkeling had een keiharde prijs. De Japanners zagen de Taiwanezen als tweederangsburgers. Inheemse stammen die hun heilige jachtgronden in de bergen verdedigden, executeerde het Japanse leger meedogenloos met vuurwapens en gifgas. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog voerde Japan het ‘Kominka’-beleid in. Dit was een agressief programma om de bevolking volledig te assimileren. Taiwanezen kregen verplicht Japanse namen. Het onderwijs vond uitsluitend plaats in het Japans en traditionele religies moesten wijken voor bezoeken aan Japanse Shinto-heiligdommen. Toen de oorlog echt losbarstte, dwongen de Japanners tienduizenden Taiwanese mannen om als soldaat of arbeider te vechten voor de keizer.

 

De Chinese burgeroorlog en de vlucht naar Taiwan

In 1945 viel het doek voor Japan. Ze verloren de Tweede Wereldoorlog en moesten al hun veroverde gebieden inleveren. De geallieerden bepaalden dat de Republiek China de controle over Taiwan kreeg. Generaal Chiang Kai-shek en zijn Kuomintang-partij (KMT) stonden op dat moment aan het roer van deze republiek.

Een ijskoude kermis

De Taiwanezen stonden te juichen op straat toen de Chinese troepen arriveerden. Eindelijk bevrijd van de Japanners. Die vreugde verdween als sneeuw voor de zon. De ambtenaren van de KMT zagen Taiwan puur als een gigantische schatkist. Ze plunderden fabrieken, namen alle rijst- en suikervoorraden in beslag en verscheepten alles naar het Chinese vasteland. Chiang Kai-shek had dat geld en de middelen namelijk hard nodig voor zijn eigen oorlog. Taiwan gleed in rap tempo af in een moeras van corruptie en torenhoge inflatie. De Taiwanezen keken vol afschuw naar deze onbeschoft en chaotisch opererende nieuwe heersers. Zij waren vijftig jaar lang de ijzeren discipline van de Japanners gewend.

De overwinning van Mao Zedong

Ondertussen voerde Chiang Kai-shek op het vasteland een bloedige burgeroorlog tegen de communisten van Mao Zedong. Chiang verloor deze strijd op alle fronten. In 1949 riep Mao de Volksrepubliek China uit in Beijing. Chiang Kai-shek zat in het nauw en nam een drastisch besluit. Hij stak met zijn overgebleven leger, honderdduizenden trouwe volgelingen én de complete goudreserve van China de zee over. In een mum van tijd overspoelden ruim twee miljoen soldaten, zakenmensen en politici het eiland. Chiang riep Taipei uit tot de tijdelijke hoofdstad van zijn ‘Republiek China’. Hij hield stug vol dat zijn regering de enige echte regering van heel China was. Het plan was om op Taiwan aan te sterken en daarna het vasteland terug te veroveren. De geschiedenis leerde anders.

 

Het 228-incident en de decennia van Witte Terreur

De komst van miljoenen Chinezen zette de verhoudingen op Taiwan direct op scherp. De spanning tussen de oorspronkelijke Taiwanese bevolking en de nieuwe machthebbers explodeerde. Dit leidde tot de absolute zwartste periode uit de eilandgeschiedenis.

Het 228-incident

Op 27 februari 1947 nam de politie in Taipei hardhandig illegale sigaretten in beslag van een straatverkoopster. Een agent sloeg de weduwe met zijn pistool op het hoofd. Toen omstanders woedend reageerden, schoot de politie een man dood. De volgende dag, 28 februari, escaleerde de situatie landelijk. Dit moment staat nu bekend als het ‘228-incident’. Demonstraties en stakingen legden het hele eiland plat. De bevolking eiste direct een einde aan de corruptie en wilde meepraten over de eigen toekomst. Chiang Kai-shek aarzelde geen moment en stuurde zwaarbewapende troepen vanaf het vasteland. Het leger trok door de steden en schoot zonder waarschuwing op burgers. In de weken daarna vermoordden ze naar schatting tienduizend tot dertigduizend mensen. De KMT richtte zich heel doelbewust op de elite: ze executeerden artsen, advocaten, leraren en studentenleiders systematisch.

De sluier van de Witte Terreur

Dit bloedbad was het startschot voor de meedogenloze ‘Witte Terreur’. In 1949 riep de regering de staat van beleg uit. Taiwan veranderde in een keiharde militaire dictatuur. Oppositie bestond simpelweg niet. Burgers mochten geen nieuwe politieke partijen oprichten. Kranten en boeken stonden onder zware censuur. De lokale Taiwanese taal werd direct van scholen en televisie verbannen; de overheid dwong iedereen Mandarijn te spreken. De geheime dienst had overal oren en ogen. Wie ook maar een klein beetje verdacht werd van linkse ideeën of sympathie voor Taiwanese onafhankelijkheid, verdween. Tienduizenden burgers belandden zonder eerlijk proces in beruchte gevangenissen of strafkolonies. Velen kwamen nooit meer terug. Deze verstikkende staat van beleg duurde maar liefst achtendertig jaar.

 

Het economische wonder en de weg naar democratie

Terwijl het land zuchtte onder de dictatuur, veranderde Taiwan economisch in een krachtpatser. Het eiland transformeerde in recordtempo van een arme boerensamenleving naar een industriële wereldmacht.

Landhervormingen en export

In de jaren vijftig pakte de regering de landbouw hard aan. Grote landeigenaren moesten hun grond verplicht afstaan aan de kleine boeren die het land fysiek bewerkten. De overheid compenseerde deze rijke families slim met aandelen in grote staatsbedrijven. Hierdoor verschoof het kapitaal razendsnel van de akkers naar de fabrieken. Met dit geld en gigantische financiële steun uit de Verenigde Staten begon Taiwan volop te produceren voor het buitenland. Kleding, plastic speelgoed en later goedkope televisies stroomden de havens uit. Taiwan werd, samen met Zuid-Korea, Singapore en Hongkong, wereldwijd bekend als een van de vier ‘Aziatische Tijgers’.

Vanaf de jaren tachtig gooide de overheid het roer om naar hightech. Ze investeerden in de productie van halfgeleiders en richtten het bedrijf TSMC op. Tegenwoordig is Taiwan de onbetwiste koning in het fabriceren van de meest geavanceerde computerchips ter wereld.

Het einde van de staat van beleg

De economische boom zorgde voor een steeds grotere, welvarende middenklasse. Deze mensen studeerden in het buitenland en weigerden de dictatuur nog langer te accepteren. Ze eisten politieke inspraak. Illegale oppositiegroepen organiseerden protesten en voerden de maatschappelijke druk op. In 1987 zag president Chiang Ching-kuo, de zoon van Chiang Kai-shek, in dat verandering onvermijdelijk was. Hij hief de decennialange staat van beleg op. De deuren gingen eindelijk open voor nieuwe politieke partijen en een vrije pers.

Stemmen voor de toekomst

Daarna ging het in hoog tempo verder. Lee Teng-hui, de eerste president die daadwerkelijk in Taiwan was geboren, gaf de democratie ruim baan. In 1996 stemden de Taiwanezen voor het eerst in hun geschiedenis zelf tijdens directe presidentsverkiezingen. In 2000 was de cirkel volledig rond. De kandidaat van de oppositiepartij (de DPP) won de verkiezingen en de Kuomintang droeg de macht vreedzaam over. Taiwan transformeerde officieel van een wrede militaire dictatuur naar een van de meest vrije democratieën van heel Azië.

 

 

De huidige status en de geopolitieke spanningen

Vandaag de dag is Taiwan een hypermodern land. Het heeft een eigen, democratisch gekozen regering, een eigen munteenheid, een eigen grondwet en een zeer professioneel leger. Toch zit het eiland gevangen in een ingewikkeld geopolitiek schaakspel dat de wereld dagelijks in zijn greep houdt.

De onbuigzame eis van Beijing

De Volksrepubliek China ziet Taiwan totaal niet als een onafhankelijk land. Voor de Communistische Partij in Beijing is het eiland een afvallige provincie die bij China hoort. De Chinese leider Xi Jinping is glashelder in zijn retoriek: Taiwan moet ‘herenigd’ worden met het vasteland. Hij sluit het gebruik van militair geweld hiervoor nadrukkelijk niet uit. China zet Taiwan dan ook continu onder zware druk. Chinese straaljagers vliegen vrijwel dagelijks over de grenslijn en oorlogsschepen patrouilleren vlak voor de Taiwanese kust. Ze testen de militaire verdediging en proberen de bevolking psychologisch te intimideren.

Diplomatiek koorddansen

Door de economische en militaire macht van China staat Taiwan internationaal gezien geïsoleerd. Slechts een handjevol landen erkent Taiwan officieel als een eigen staat. De rest van de wereld, inclusief Nederland en de Verenigde Staten, speelt het diplomatieke spel mee volgens de ‘Eén-China-politiek’. Zij erkennen formeel alleen de regering in Beijing. Achter de schermen onderhouden deze westerse landen wel keiharde, informele handelsrelaties met Taiwan. De Verenigde Staten verkopen voor miljarden aan wapens aan het eiland, zodat Taiwan direct een Chinese aanval kan afslaan.

Waarom steunt de wereld Taiwan zo sterk op de achtergrond? De Taiwanese chipindustrie is onmisbaar voor de wereldeconomie. Zonder de chips uit Taiwanese fabrieken vallen productielijnen voor auto’s, smartphones, medische apparatuur en gevechtsvliegtuigen wereldwijd stil. Een oorlog om Taiwan raakt elk land direct in de portemonnee.

Wat wil de Taiwanese bevolking?

Uit elke onafhankelijke peiling blijkt steeds exact hetzelfde. De overgrote meerderheid van de 23 miljoen inwoners wil de situatie houden zoals hij nu is: de zogenoemde ‘status quo’. Ze voelen er werkelijk niets voor om hun vrijheid in te leveren en onder een dictatuur uit Beijing te leven. Ze zagen de afgelopen jaren in Hongkong hoe snel dat fout kan gaan. Tegelijkertijd willen ze ook geen harde, formele onafhankelijkheid uitroepen. Dat provoceert China en leidt vrijwel zeker tot een verwoestende oorlog. De inwoners leven door. Ze gaan naar hun werk, stemmen in volledige vrijheid en bouwen hun economie verder uit. Ze balanceren elke dag behoedzaam op de grens tussen twee wereldmachten, maar koesteren de democratie waar ze zo ontzettend hard voor hebben gevochten.